Wat zijn de verschillen tussen biologisch en gangbaar gehouden dieren?
De grote verschillen tussen biologisch en gangbaar gehouden dieren zijn:
Biologische landbouw is grondgebonden.
Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek, zodat er geen mestoverschot ontstaat.
De natuurlijke kringlopen van groei en bloei, afsterven en afbraak worden actief benut.
Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
Gentechnologie, het veranderen van de genen van gewassen en/of dieren, is niet toegestaan in de biologische landbouw. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische producten.
• Biologische producten moeten zo natuurlijk mogelijk zijn. Daarom gelden voor de verwerking van biologische ingrediënten tot biologische producten extra regels: Biologische producten met meerdere ingrediënten bevatten hooguit vijf procent niet-biologische ingrediënten.
• Biologische producten bevatten zo min mogelijk additieven (hulpstoffen). Er is slechts een beperkt aantal additieven van natuurlijke oorsprong toegestaan. Het criterium is dat additieven technologisch onmisbaar moeten zijn. In biologische producten zitten om die reden geen kleur-, geur- en smaakstoffen.
• Bij de biologische productie mogen geen genetisch gemodificeerde organismen worden gebruikt of producten die daarvan zijn afgeleid, zoals enzymen.
• Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen gebruikt. Proceshulpstoffen zitten niet in het product zelf, maar worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn. Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden en wordt biologische margarine niet met een hulpstof gehard. Aan biologische wijn mag wel (biologische) suiker toegevoegd worden om het alcoholpercentage kunstmatig te verhogen. Bij wijn is sulfiet toegestaan. Bij de productie van biologisch brood mag gebruik gemaakt worden van (niet-genetisch gemodificeerde) enzymen.
• Biologische producten worden niet doorstraald. Doorstraling is een conserveringsmethode die de biologische landbouw afwijst omdat deze methode niet natuurlijk geacht wordt.